Logo definitief website     bepaal-je-eigen-koers
Selecteer een pagina

Tien jaar geleden zat ik in een forse dip. De visuele beperking begon zich te laten gelden. Ik zag nog wel wat, maar het werd almaar lastiger ’gewoon’ te functioneren. Ik schreef in februari 2008 er het volgende over:
Al twee weken ben ik down. Onderweg, steeds maar onderweg naar beneden. Waar doe ik alle moeite nog voor? Wat haal ik me in mijn hoofd? Het is allemaal zwaar en moeilijk nu. Van binnen huil ik, schreeuw ik luid: ik wil niet meer. Ik wil dit niet meer. Slechtziend voelt als vallend puin waar ik onder bedolven raak.
Pijn doet het waar ik ervaar dat ik niet mee kan doen. Niet echt en vol en onbesuisd, zoals ik wil. Een familiefeestje? Leuk, maar ik zit mezelf in de weg, en daarmee anderen. Ik schuifel tussen iedereen door, oppassend dat ik niets omgooi.
Een bijeenkomst met andere coaches? Fijn, maar eerst de reis die veel moeite kost. En dan, daar zijn en weer zoeken naar contact, aarzelend bewegen, blij zijn als ik zit. Een etentje met vrienden? Gezellig, maar ik kan de kaart niet lezen, mijn gesprekspartner niet zien, het eten op mijn bord niet zien. Ik prik met zweet in mijn handen op mijn bord naar eten, knoei veel, voel me opgelaten en kan niet meer genieten. Soms giet ik me maar vol met alcohol. Dat verzacht en verdooft.
Ik voel me niet vrij om me te bewegen, omdat er altijd de moeite van het zien bij is. Iedere dag weer die moeite met zien. Iedere dag voorzichtig bewegen, concentreren en moe zijn aan het eind van de dag. Dit is wat het is.
Ik moet loslaten dat ik ‘gewoon’ kan meedraaien. Dat ik mijn plek net als ieder ander kan innemen. Mijn plek zal voortaan altijd een aparte plek zijn. Ik ben vanaf nu de uitzondering, de aanpassing, de houd rekening met me.
Ik heb vaak gewenst dat ik apart zou zijn. De uitzondering, degene die opvalt. Maar natuurlijk ging dat over prestatie, over er positief uitspringen, over talent en waardering en erkenning.
Ik zal nooit meer ‘gewoon’ zijn. Dat accepteren, dat aanvaarden, dat begrijpen en laten doordringen. Dat is nu aan de orde. Dat ik voor altijd Karin met een beperking ben. Het gaat nooit meer weg. Dit is de vorm die ik om me heen draag, maar die ik nog niet wil aantrekken. Alle vezels in mijn lijf verzetten zich ertegen. Ik heb oude beelden, wensen dromen en ambities nog niet achter me gelaten. Ik zit nog vol met wie weet, en ik zal eens, en wacht maar. Vol ontsnapping. Vol Tom Poezen met listen.
Nu, tien jaar later, -ondanks nog minder zicht – kan ik zeggen dat het went. De pijn is niet weg, maar ik kan deze beter hanteren. Het maakt me niet meer uit dat ik het eten op mijn bord niet zie, ik proef het des te meer. Nog steeds schuifel ik tussen familie of vrienden door, probeer ik niets om te stoten. Maar ik laat me ook makkelijker bedienen, dan wel vraag gewoon of iemand me iets wil aanreiken. Ik ben de uitzondering, maar dat is niet bijzonder meer voor mij en mijn omgeving. Reizen kost nog steeds veel energie, maar ik laat het er niet om. Ik kom waar ik wil komen, en verdeel mijn energie zodanig dat ik het daar gebruik waar ik het nodig heb.

Zo terugkijkend kan ik constateren dat de weg vol hobbels en kuilen was, maar dat ik veel geleerd heb. En dat het leven de moeite waard blijft, met beperking erbij. Natuurlijk zijn er nog steeds momenten dat ik het er moeilijk mee heb. Frustrerende of pijnlijke momenten. vol verlangen om een gezicht te zien, kleuren of vergezichten te bewonderen. Of het gevoel beperkte bewegingsvrijheid te hebben, terwijl mijn drang om zelf dingen te ondernemen groot blijft. Dat allemaal komt regelmatig voorbij. Dan kan ik het verdriet om wat was en nooit meer zal zijn ervaren. Maar de diepe put val ik niet meer in, ik word niet meer bedolven onder vallend puin. Je zou kunnen zeggen dat de beperking nu deel van mijn leven is, deel van pijn en vreugde dat ieders leven kleurt.
Karin Westerink